Eigenlijk zou je naar één van de zeven wereldwonderen, Chichen Itza, moeten gaan als je in Yucatan bent, maar ik had geen zin in die enorme drukte en bovendien ben ik vorig jaar naar Tikal geweest, waarvan ik denk dat die niet echt onderdoet aan Chichen Itza. Omdat ik toch wel graag weer naar een Maya nederzetting wilde (ik ben niet helemaal een cultuurbarbaar), ben ik vanmorgen naar het kleinere, maar goed bewaarde broertje gegaan wat in de jungle van Yucatán ligt; Ek Balam, wat ‘zwarte jaguar’ betekend. Ek Balam was tussen 700 en 900 na Christus een welvarend Maya-koninkrijk en hoofdstad van de regio Taloki, met wel 12.00 tot 18.000 inwoners.



De site bestaat uit circa 45 gebouwen, waarvan de Acropolis het hoofdgebouw is. De Acropolis van Ek Balam was zowel een koninklijk paleis, residentie, grafmonument als een tempel. Hierin ligt het graf van een belangrijke Maya- heerser Ukit Kan Le’t Tok.


Ek Balam is de enige archeologische site van de omgeving waar nog op de ruïnes mag worden geklommen. Hierdoor heb je prachtig uitzicht over de jungle van Yucatán! Het was niet gemakkelijk om de treden van het Acropolis te beklimmen, want ook al was ik in de ochtend naar de ruïnes gegaan, het was erg warm in de verzengende zon!


Ik moest gisteravond even op internet zoeken hoe ik, betaalbaar, naar Ek Balam kon gaan gezien er geen bus naartoe rijd. Ik kwam er achter dat je op een plek in de stad een ‘colectivo’ (een soort goedkope taxi) kan nemen. Je gaat daar gewoon zitten wachten totdat er 4 mensen zijn en dan kan je mee! De terugweg werkt precies hetzelfde! Stukken goedkoper dan een taxi, je moet alleen geen haast hebben, maar lang heb ik niet hoeven wachten.


Na terugkomst in Valladodid een leuk tentje gevonden om te lunchen en de rest van de middag doorgebracht bij het hostel en behalve aan mijn blog werken, ook even gechild in en aan het zwembad.
